Waarom staan er dode bomen in het poldergebied?

0

We krijgen af en toe de vraag waarom er dode bomen in de Polders van Kruibeke staan. We steken ons licht op bij boswachter Bram Vereecken:

We steken meteen van wal met de prangende vraag ‘Waarom staan er dode bomen in het GGG?’

In de gebieden die onderhevig zijn aan getijden ontstaat getijdennatuur. Op het ritme van eb en vloed en door het samenspel tussen water en slib beeldhouwt de rivier er een netwerk van geulen, slikken en schorren. Op de schorren groeien soorten die een tijdelijke overstroming goed verdragen.

Bepaalde lagere delen van de Polders van Kruibeke waren ook voorheen vrij vochtig. Bomen die er al stonden gedijen op een natte ondergrond maar nu is de situatie anders, deze boomsoorten zijn niet goed bestand tegen dagelijks getij met brak water. Na verloop van tijd sterven ze af.

Waarom wordt het dood hout niet verwijderd?

We hebben waar mogelijk bomen gekapt in de Polders maar niet overal omdat ‘dood’ hout ook een waarde heeft op natuurvlak. Staand en liggend is dood hout bijzonder nuttig. Er zijn ontzettend veel organismen met het afbraakproces gemoeid en die vormen dan weer een voedselbron voor allerlei dieren.

Er ontstaan specifieke leefgemeenschappen in de schors, in het hout en in de boomholten. Veel dieren en planten die op dood hout leven zijn met uitsterven bedreigde soorten. Zo is het grootste deel van onze wespen- en bijensoorten bijvoorbeeld op oud en dood hout aangewezen.

Meer info

Komen er andere bomen in de plaats?

Jazeker, wilgen zijn boomsoorten die deze tijdelijke overstroming met brak water goed kunnen verdragen. Hier ontwikkelt zich spontaan een wilgenvloedbos. Vele vogelsoorten voelen er zich thuis, zoals de zeldzame woudaap, de lepelaar en de blauwborst.

Wilgenvloedbos, hoe herken ik dat?

De wilgenvloedbossen langs de Schelde kan je vergelijken met tropische mangroven: het zijn dichte, ondoordringbare wouden in het water. De karakteristieke boomsoort is de Schietwilg. Ook  Kraakwilg en de zeer zeldzame Zwarte populier kunnen er groeien. Struikvormende wilgensoorten zoals Grauwe wilg en Katwilg kunnen in de ondergroei voorkomen. Typerend voor wilg is dat afgebroken takken gemakkelijk wortel kunnen schieten en tot nieuwe bomen of struiken uitgroeien. Door de hoge luchtvochtigheid en verbeterde luchtkwaliteit in zo’n vloedbos komen op de stammen van de wilgen tal van mossen en korstmossen voor. Ook soorten als Gele lis, Riet, Oeverzegge en Rietgras gedijen in zo’n wilgenvloedbos.

Waarom is die getijdennatuur zo waardevol?

Deze natuur is enorm belangrijk voor het ecosysteem van de Schelde. Doordat het water over een grote vlakte wordt uitgespreid, stijgt het zuurstofgehalte en het contact met de zon. Daardoor kunnen schorrenplanten en plankton beter groeien. De schorrenplanten halen schadelijke stoffen uit het water. Ze herstellen ook de basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van plankton. Slikken en schorren zijn als het ware de longen van de rivier. Vogels en vissen voelen zich hier thuis; ze vinden er voedsel en kunnen er rusten en zich voortplanten.

Deze wilgenvloedbossen zijn uniek in Europa. In de Scheldevallei willen we deze waardevolle getijdennatuur behouden en ontwikkelen. Dat gebeurt vooral met het Sigmaplan. Door overstromingsgebieden aan te leggen langs de Schelde ontstaat ruimte om water op te vangen bij gevaarlijk hoge waterstanden. Tegelijk brengt het extra water een brede strook natuur tot leven langs de oevers. Goed voor 2.000 hectare nieuwe getijdennatuur.

Share.

Comments are closed.