Leren uit het verleden

0

1953: het Deltaplan in Nederland

De stormvloedramp van 1953 is een zwarte vlek in de geschiedenis van de Lage Landen. Het Nederlandse Deltagebied, dat het hardst is getroffen, telt 1836 doden. In Vlaanderen komen 18 mensen om.

Als reactie op de ramp ontwerpt de Nederlandse regering het Deltaplan. Dat revolutionaire project omvat dijkverhogingen en -versterkingen, afdammingen en stormvloedkeringen om Nederland tegen het opkomende water te beschermen. De Nederlandse waterkeringen zijn bestand tegen waterstanden die maar één keer in 10 000 jaar voorkomen. In Vlaanderen moet de Polderwet voortaan het onderhoud van de dijken verzekeren. De oprichting van de Civiele Bescherming garandeert bovendien snelle en doelgerichte hulp bij wateroverlast in de toekomst.

1976: Vlaanderen deelt in de klappen

In 1976 slaat opnieuw een meedogenloze stormvloed toe. Naast twee dodelijke slachtoffers is de materiële schade in het Scheldebekken niet te overzien. In Antwerpen tikken de
waterstanden bijna 8 meter aan: ruim 3,5 meter boven het gemiddelde hoogwaterpeil. Ook de polders ten noorden van Antwerpen en het Waasland ontsnappen niet aan het stijgende
water. De Scheldedijk in Oorderen loopt bressen op van wel 12 meter breed; in Lillo en Hingene gebeurt hetzelfde. De gemeente Zandvliet staat voor drie kwart onder water. In
Ruisbroek aan de Rupel breekt de dijk van de Vliet. Het dorp komt volledig blank te staan. Mensen vluchten het dak op en boze bewoners uiten hun ongenoegen. Politici moeten het ontgelden, en in Ruisbroek krijgt koning Boudewijn, de toenmalige vorst, te horen “dat er wél 30 miljard Belgische frank is voor vliegtuigen die boven onze kop razen, maar onvoldoende geld voor de versterking van dijken.”

De stormvloedramp van 1976 brengt alles in een stroomversnelling. De overheid beslist dat een betere bescherming tegen overstromingen noodzakelijk is. Die komt er in de vorm
van het Sigmaplan, een ambitieus en grootschalig project dat veiligheid moet garanderen.

Share.

Comments are closed.