Dit was Scalluvia – Geheugenflitsen van de Barbiergidsen

0

Wat heb jij onthouden van vijf jaar Scalluvia? Met die vraag trokken we op een zonnige dag de polders van Kruibeke in. We legden ze ook voor aan enkele bevoorrechte getuigen, die het Europese Life + project de streeknatuur zagen kleuren. Als tweede beschouwt Barbiergids Freddy Moorthamer na.

Wat is het eerste dat je te binnen schiet als iemand jou zegt: Scalluvia?

De ontwikkeling van het Beverpad en de Rupelmondse polder. De aanwezigheid van de mens aan de kreek door de eeuwen heen is in het project behouden gebleven in een heel mooie natuurlijke inkadering. Ik vind dat een bijzonder mooie en geslaagde integratie van geschiedenis en natuur. Want het Karperhuisje en Coninckshofke hadden evengoed kunnen verdwijnen door die herinrichting, maar ze zijn behouden omwille van hun historische waarde. Ik voeg daar graag een tweede aan toe: de Scalluvia-jungle als educatief instrument.

Hoe hebben jullie het project als vereniging meegemaakt?

Wel, wij bestonden al eerder. Eerst begeleidden wij mensen die de werfwegen kwamen bezoeken tijdens de herinrichting van de polder en vertelden wij dát verhaal. Toen het project in 2013 startte, sloot het verhaal dat wij moesten vertellen over de herinrichting van de polders naadloos aan bij dat over de alluviale bossen en kreken. Dat maakt dat wij de ontwikkelingen vanop de eerste rij mee konden maken en ons konden organiseren om het publieksonthaal te verzorgen. Voor ons was dat heel prettig, dat wij ons als verwelkomers van bezoekers of nieuwsgierige streekgenoten konden inschakelen in het project. Als vereniging zijn we beter georganiseerd geraakt, onder andere door in juli vorig jaar een vzw te worden.

Merk je dat er meer dier- en plantensoorten voorkomen?

Wij zien een dynamiek door soorten die elkaar aantrekken. Dankzij de herinrichting is er een veel grotere aaneengesloten habitat gegroeid, die voor bepaalde soorten beter voldoet aan hun levensbehoeften. Er is een natuurlijk geheel van biotopen ontstaan, waarin zich allerlei dingen afspelen. Een ingreep heeft altijd tot gevolg dat er soorten verdwijnen en andere soorten komen. In dat opzicht is Scalluvia een verbetering geweest: exotische soorten, die hier het ecosysteem ontregelen, zijn verdreven en de inheemse soorten zijn daardoor teruggekeerd.

Zijn ze toegenomen in aantallen? Of is dat nog te vroeg om al te zeggen?

Daarvoor varieert een populatie te sterk. Het ene jaar zullen er veel bevers zitten, het andere jaar meer visarenden…. Wat belangrijk is, is dat ze hier kúnnen zitten, dat de biotoop hen dat toelaat. Na een heel woelige periode is het hier nu rustig en veilig voor hen. Dat is de reden waarom de bever hier komt en waarom er zelfs al een otter gespot is. Als er meer dieren komen, zal ook het voedsel dat zij eten schaarser worden en zullen die dieren zich verspreiden. Zo kan het voedsel zich weer herstellen en maken ze de cirkel rond.

Hoe zou jij de streek aanprijzen bij vrienden of kennissen?

Voor ons al gidsen is dat een moeilijke vraag. Wij zijn altijd op stap met groepen die ons specifiek voor een bepaalde wandeling ingeschakeld hebben of voor een publieke wandeling, waar je een diverse groep mensen bijeen hebt. Aan de andere kant heb je een grote massa potentiële bezoekers die van overal kunnen komen. Dan zou ik zeggen: laats ons vooral aandacht blijven hebben voor de typische landschappen en natuurlijke waarden van dit hele gebied. Voor Scalluvia zijn dat de kreken met het Beverpad dat daar mooi langsloopt. Kruibeke, Bazel en Rupelmonde verdienen het om getypeerd te worden als dorpen aan de stroom, met daartussen natuur in een historisch kader, die je ongestoord kan bezoeken.  Dat laatste deel mag je aan ons overlaten (lacht)!

Share.

Comments are closed.