De bouw van de ringdijk

0

Een ringdijk schermt bij stormvloed de woonkernen af van het gevulde GOG. Deze moet bestand zijn tegen extreme hoeveelheden instromend water. Bijgevolg leggen we de ringdijk aan op 8,35 mTAW; dit is 1,55 m hoger dan de overstroombare dijk.

De Tweede Algemene Waterpassing (TAW) is de referentiehoogte waartegenover hoogtemetingen in België worden uitgedrukt. Een TAW hoogte van 0 meter is gelijk aan het gemiddeld zeeniveau bij eb te Oostende.

De opbouw van zo’n dijk verloopt in verschillende fasen.

- Het uitgraven van de ondergrond. Dit verzekert de stabiliteit van de basis. De weggegraven grond wordt aan weerszijden van de toekomstige dijk neergelegd (de zogenaamde persdijken) en vormt een soort ‘kom’ voor de volgende stap.

- Het invullen van de ‘kom’ met zand. Om het plaatselijke verkeer te ontlasten, wordt het zand per schip aangevoerd. Via buizen stuwt men het met water gemengde zand naar de uitgegraven basis. De weggegraven grond aan weerszijden van de dijk (zie stap 1) houdt de vloeibare massa op zijn plaats. Het zand bezinkt, het water wordt terug naar de Schelde gepompt.

- Het ingepompte zand wordt opzij gezet. Zo ontstaan 2 werfwegen aan weerszijden van de uitgegraven kom.

- Langs deze werfpistes wordt grond uit de stocks aangevoerd, waarmee de kern van de dijk wordt ingevuld. De grondstocks zijn opgebouwd uit vrijgekomen grondspecie bij de aanleg van het Deurganckdok en het afgraven van de Ketenissepolder. Opnieuw wordt een ruime pauze ingelast, zodat de dijk kan stabiliseren.
Vervolgens leggen we de zandpistes tegen de kern van de dijk, waarna we deze afdekken met een laag watervaste vette grond uit de persdijken. Die zaaien we in zodat een stevige grasmat de dijk verder beschermt tegen regenbuien en slijtage.

Share.

Comments are closed.