Enorme zeelt en indicatieve bittervoorn blikvangers tijdens visdemo

0

De dag voor Wereldvismigratiedag toonden enkele visserijbiologen welke vissoorten er zoal in de Kruibeekse wateren zwemmen. In het bijzijn van lagereschoolleerlingen en nieuwsgierige buurtbewoners vonden ze liefst negen verschillende soorten in de fuik. Blikvangers: een enorme zeelt en een veelbelovende bittervoorn.

Vrijdagmiddag 20 april, de dag voor Wereldvismisgratiedag. De stralende zon lokt tientallen nieuwsgierigen naar de visvriendelijke stuw aan de Blauwe Gaanweg in Bazel. Onder hen twee klassen van het derde leerjaar van de Sint-Petrusschool. Zij staan hier, omdat visserijbiologen Marc Staut, Alain Dillen en Pieter Boets een dagje eerder twee fuiken hebben uitgelegd. Vandaag tonen ze de vangst. En die mag gezien worden!

“We vingen negen verschillende soorten”, aldus Marc Staut, “waaronder toch enkele opmerkelijke exemplaren moet ik zeggen.” Eén die meteen opvalt is een flink uit de kluiten gewassen zeelt. “Een prachtig exemplaar, op zich niet zo zeldzaam hier, maar in dit formaat wel”, vertelt Marc wanneer hij de zeelt in de meetbak legt. Die leest: 42 cm!

Deze zeelt van 42 cm trok meteen de aandacht.

Deze zeelt van 42 cm trok meteen de aandacht.

Een visje dat de ogen van de biologen pas echt doet fonkelen is de bittervoorn. Die is wel degelijk zeldzaam en het Scalluvia-project had onder meer voor ogen om net die vissoort een gezonde biotoop te bieden. “De bittervoorn is een indicator voor schoon water. Dat die in de fuik zit, is echt wel een positief signaal dat de waterkwaliteit aantrekkelijk genoeg is voor deze kieskeurige zwemmer”, glimlacht Marc.

Vismigratie ter plaatse aangetoond
Vorig najaar bleek uit een telling dat de bittervoorn de vaakst voorkomende vis in de streek is. Vanzelfsprekend maakt die zijn titel vandaag waar en duikt op in de fuik. “Net als de rietvoorn, de wilde goudvis, de blankvoorn en de driedoornige stekelbaars die we vandaag vingen, komt die van de Noordzee. Via de Schelde en de precies daarvoor aangelegde visvriendelijke stuw reist die naar ons krekenstelsel om zich daar voort te planten. Wanneer de vissen groot genoeg zijn, kiezen ze opnieuw via de stuw het ruimere sop. Duidelijker kan vismigratie niet zijn”, besluit de visserijbioloog met een verwijzing naar Wereldvismigratiedag.

Er zitten zelfs garnalen in de Polders!

Er zitten zelfs garnalen in de Polders!

Nog een dier dat je eerder met de zee associeert is een garnaal. Er bestaan echter soorten die in brak water gedijen en Marc plukt zo’n onooglijk diertje tussen de spartelende staarten uit. “Dit is een brakwatersteurgarnaal. Een heel andere soort dan diegene die je aan de kust aantreft, maar ook deze zijn eetbaar.” Kleine keerzijde aan de medaille is dat er langs zo’n vispassage ook ongewenste exoten het ecosysteem binnen dringen. Zo zit er toch weer een Chinese wolhandskrab in de fuik en herkennen de biologen ook een zonnebaars en een blauwband. “Die zien er mooi en sierlijk uit in een aquarium, maar hier in de natuur zijn ze een bedreiging voor de inheemse soorten. Vandaar dat we deze dieren hier niet terugzetten”,
Roofvissen redden de meubelen
Gelukkig is al gebleken dat de roofvissen die exoten mee in toom houden. Vorig jaar haalden enkele hobbyhengelaars een monstermeerval van twee meter uit de Rupelmondse kreek. Bekomend van de worstelpartij, braakte die een handvol wolhandskrabben uit. De snoeken jagen dan weer op de uitheemse indringers. Beide roofdieren laten zich vandaag weliswaar niet zien, twee andere wel. ”Hebbes, dit is de baars. Die voedt zich met kleinere vissen.” Veel meer moeite heeft Marc om de paling te pakken te krijgen. “Weinig mensen weten dat ook dat een roofvis is, net zoals alle alen. Ironisch genoeg verstopt hij zich hier voornamelijk… in ‘t groen!”

Wat kunnen we hieruit concluderen? “Dat de opgang van het visbestand in de Polders van Kruibeke zich doorzet”, antwoordt Marc resoluut. “De vele migrerende soorten die we hier net gezien hebben tonen dat de visvriendelijke stuw als doorzwempoort van en naar de Polders werkt. De soorten die hier blijven, groeien uit tot gezonde reuzen. Vandaag zagen we de dat aan de zeelt, maar we krijgen ook meldingen van meervallen zo groot als een mens en palingen van 70 cm. De bittervoorn was voor mij de kers op de taart. Die zouden we hier vijf jaar geleden nooit gevangen hebben”, besluit de sympathieke visexpert. De geschubde waterwezens in de Polders van Kruibeke voelen zich met andere woorden… als een vis in het water!

Share.

Comments are closed.