Waterlopen in beweging

0

Verschillende beken doorkruisen Kruibeke, Bazel en Rupelmonde in hun tocht naar de Schelde. Via kokers in de ringdijk kunnen zij hun tocht ongehinderd verder zetten.

Langs de hele ringdijk worden nieuwe of bestaande langsgrachten omgevormd tot echte ringgrachten. Zij zorgen ervoor dat overtollig regen- en oppervlaktewater veilig wordt opgevangen. Ook kleine beken komen hierin terecht. In normale omstandigheden stromen de grachten in het overstromingsgebied via de kokers in de ringdijk. Een belangrijke waterloop zoals de Barbierbeek krijgt een eigen set kokers toegewezen in de ringdijk en wordt rechtstreeks door de polder gesluisd. Na de passage door de polder, komt het water in de Schelde terecht.

Enkel bij extreem stormtij, gemiddeld zo’n 1 tot  2 maal per jaar, sluit de ringdijk zijn kokers af. De ringgrachten zijn groot genoeg om het water in die periode op te vangen. Voor alle zekerheid worden langs de grachten overal brede stroken afgegraven. Zo kunnen ze bij noodweer een grote hoeveelheid water bergen. Bijkomende waterkeringen beschermen aangrenzende tuinen en woningen. Een extra bekken aan de Scheldelei maakt het plaatje compleet.

Noorden van Barbierbeek

Ten noorden van de Barbierbeek vangt een ringgracht de andere beken op, zoals de Kapelbeek en de Akkersbeek. Deze waterlopen stromen de polder binnen ter hoogte van de Kapelbeek via een koker met terugslagklep in de ringdijk. Van daaruit stromen ze door de nieuwe Barbierbeekbedding en reeds bestaande grachten richting uitwateringssluis. Een koker onder de Scheldelei verbindt de ringgracht bovendien met een waterbergingsgebied ten noorden van de Scheldelei.

Wanneer het overstromingsgebied in werking treedt, sluiten ook de kokers in de ringdijk hun kleppen. Het water uit de Kapelbeek en de daarop aangesloten waterlopen, krijgt dan een tijdelijke bergplaats in die noordelijk gelegen ringgracht. Om hogere waterpeilen de baas te kunnen, komen langs de ringgracht brede en veilig begrensde overstroombare zones. Zij vormen een erg grote kom met een aanzienlijke bergingscapaciteit. Deze capaciteit wordt nog aangevuld door het waterbergingsgebied ten noorden van de Scheldelei. Zodra het waterpeil in het gebied weer voldoende daalt, gaan de kleppen van de kokers onder de ringdijk weer open. Het wachtbekken ten noorden van de Scheldelei watert uit via een koker in de Scheldedijk die gelegen is ten noorden van het veer van Kruibeke.

Zuiden van Barbierbeek

Ook ten zuiden van de Barbierbeek vangt een ringgracht het regenwater en de andere beken op zoals de Daalstraatbeek. Een nieuwe koker in de ringdijk ter hoogte van de Lange Gaanweg leidt het in de ringgracht verzamelde water naar de polders en vervolgens naar de Schelde.

De kokers sluiten hun kleppen wanneer het waterpeil in het werkend overstromingsgebied stijgt en het binnenstromende water de ringdijk bereikt. Het oppervlaktewater wordt dan opgevangen in de brede ringgracht en de afgegraven zones. Zodra het waterpeil voldoende is gedaald en het projectgebied is leeggestroomd, zetten de beken hun weg door de polder weer verder.

 

Share.

Comments are closed.